Onderwijs
Van peuterspeelzaal naar basisschool
Als een kind vier jaar is kan het bij een basisschool worden ingeschreven. Afhankelijk van de omstandigheden zal er tussen School op de Berg en de peuterspeelzaal contact zijn. Dit contact is afhankelijk van het aanmeldingsgesprek tussen de ouders en de directie.
Groepsindeling
Bepalend voor de uiteindelijke groepsindeling voor een nieuw schooljaar zijn:
- het aantal leerkrachten
- de beschikbare lokaalruimte
- het aantal en de leeftijdsopbouw van de leerlingen
Het beleid van de school is erop gericht de onderbouwgroepen (groep 1 t/m 4) niet groter te maken dan 28 leerlingen en de bovenbouwgroepen niet groter dan 34. Het is aan de hand van deze gegevens mogelijk dat er een combinatiegroep gevormd moet worden. De directie en de leerkrachten bepalen in gedegen onderling overleg welke kinderen (gezien hun aard en aanleg) in aanmerking komen voor plaatsing in een combinatiegroep. Uiteraard speelt ook de sociale structuur van een groep een rol. Met andere woorden: op basis van hetgeen bekend is over de kinderen wordt een combinatiegroep samengesteld.
Ouders van leerlingen die om de een of andere reden - doubleren, indeling in een combigroep of anderszins - niet met hun ‘reguliere' groep doorgaan naar het volgende jaar worden tijdig op de hoogte gesteld. De overige ouders ontvangen aan het einde van het schooljaar informatie over de groepssamenstelling van het volgende schooljaar.
Doorstroming en verwijzing
Het kind zal pas dan in een groep doubleren, als er een tijdelijke oorzaak is zoals een langere ziekteperiode of een verandering in het leefmilieu. Als te lage prestaties het gevolg zijn van een structureel laag prestatieplafond, zal het kind altijd doorstromen naar de volgende jaargroep. Indien nodig zal de groepsleerkracht (eventueel samen met de Intern Begeleider) na overleg met de ouders een speciaal handelingsplan opstellen voor een kind met leerproblemen. Mocht zo'n handelingsplan niet binnen de School op de Berg werkbaar blijken, kan verwijzing naar speciaal onderwijs volgen. Aan een dergelijke verwijzing gaat altijd nauw overleg met de ouders vooraf.
Schorsing en verwijdering
Op voorstel van de directie kan het bevoegd gezag een leerling de toegang tot de school ontzeggen. Het bevoegd gezag volgt hierbij de procedure, die door de wet wordt vereist en is vastgelegd in de publicatie ‘Info' van het VBKO in februari 2000. De procedure kan na afspraak met de directie door belangstellenden worden ingezien.
Schoolpraktijk
De methodiek en didactiek is gericht op een soepele ononderbroken schoolloopbaan van iedere leerling. De keus van leermiddelen, die voldoen aan de door de overheid gestelde kerndoelen, is hierop gericht. Het Schoolplan vermeldt de gebruikte leermethodes.
ICT-werkplan
Vanaf groep 1 worden leerlingen vertrouwd gemaakt met het gebruik van de computer als leermiddel. In ieder kleuterlokaal is in een hoek tenminste één computer opgesteld die in het ontwikkelcircuit van de kleuter een vaste functie heeft. Via een infra-rood gestuurd netwerk gebruikt iedere leerling eenmaal per week een laptop. Daarnaast zijn er vijf werkstations voor gebruik door leerlingen in de loop van de week. Het ICT-werkplan ziet er dan als volgt uit:
| groep |
doelstelling |
| 1+2 |
Onderdeel van het ontwikkelcircuit in eigen lokaal |
| 3+4 |
Leren gebruiken van de computers in z'n algemeenheid, tekenprogramma's, taal- en rekenspellen |
| 5+6 |
Computer als tekstverwerker, taal-, reken-, en topospellen |
| 7+8 |
Computer als tekstverwerker, informatiezoeker en communicatiemiddel, power-point, individuele ortho-programma's |
Met behulp van de server kan de groepsleerkracht de individuele prestaties van de leerlingen volgen. Onder leiding van de groepsleerkracht kan de leerling gebruik maken van e-mail, internet en cd-rom. Alle leslokalen, spreekkamers en directiekamer zijn onderling verbonden met een telefoonnetwerk. Alle leslokalen zijn eveneens voorzien van een kabeltv-aansluiting.
Aansluiting bij de sociaal-economische-culturele wereld van het kind
In onze schoolbevolking zijn veel milieus vertegenwoordigd. Om te kunnen aansluiten bij de beleving van het kind, onderhoudt de groepsleerkracht een regelmatig contact met de ouders. Naarmate de aansluiting van het kind bij de schoolwereld meer problematisch blijkt te zijn, is het schoolcontact nauwer. Voor wat betreft leerlingen van niet-Nederlandse nationaliteit zal iedere situatie worden benut die een dialoog mogelijk maakt, zodat ook op micro-niveau intercultureel begrip ontstaat. Hierbij valt te denken aan expliciet onderwijs rond de geboortegrond van buitenlandse groepsgenoten, spreekbeurten en werkstukjes door buitenlandse kinderen. Op school is een door de gemeente Amersfoort uitgegeven deel-schoolplan ‘Onderwijs in eigen taal en cultuur voor Turkse kinderen' aanwezig en ligt bij de directie ter inzage.
Zorgbreedte
In de regio Amersfoort bestaat een aantal samenwerkingsverbanden tussen basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs, die tot doel hebben ‘uitvallende' leerlingen zoveel mogelijk te behouden voor het reguliere basisonderwijs. (Weer-Samen-Naar-School = WSNS ). De School op de Berg behoort tot het WSNS-werkverband van het Bergkwartier. De Intern Begeleider van iedere, bij het werkverband aangesloten, school onderhoudt de interscholaire contacten.
Onderwijs-Begeleidings-Dienst (OBD)
Deze organisatie van onderwijsdeskundigen wordt via de Intern Begeleider ingeschakeld, indien de werksituatie van een leerling daartoe aanleiding geeft. Dit zal echter nooit gebeuren zonder instemming van de ouders.
Structurele-Leerlingzorg (SLZ)
De School op de Berg leidt iedere leerling planmatig in de richting van het eigen plafond. Om dit te bereiken wordt iedere leerling volgens een vast rooster - de
signaleringskalender - getoetst op gebied van cognitieve kennis, motoriek en sociaal/emotionele ontwikkeling.
Indien een leerling afwijkt van de in de toets gestelde norm, stelt de groepsleerkracht een handelingsplan op. Blijkt dit na evaluatie niet de oplossing voor het betreffende probleem te zijn, dan wordt in samenspraak met de Intern Begeleider en de ouders een vervolg handelingsplan opgezet en komt onder de ‘bewaking' van de Intern Begeleider.
De taken van de Intern Begeleider zijn:
- bewaken van de belangen van afwijkende leerlingen op school- en groepsniveau;
- het bewaken van evaluaties en leerlingdossiers;
- het bijwonen van onder- en bovenbouwbesprekingen;
- het bewaken van de individuele belangen van afwijkende leerlingen:
- contacten richting externe speciale hulp;
- contacten binnnen het werkverband hiervoor;
- contacten richting speciaal onderwijs;
- formele organisatie rond de verwijzing naar speciaal onderwijs.
Het NIS (Nieuw Interzuilair Samenwerkingsverband), waartoe ook scholen voor speciaal onderwijs behoren, heeft een zorgplan opgesteld dat ter inzage ligt bij de directie. Indien ouders niet accoord gaan met de activiteiten van de school rond de verwijzing naar het speciaal onderwijs, heeft de School op de Berg als regel dat die ouders via de gewone klachtenprocedure hun zaak aanhangig kunnen maken.
PCL Permanente Commissie Leerlingzorg
Als een handelingsplan niet het beoogde effect oplevert, kan de intern begeleider de ouders adviseren het kind door een externe deskundige (OBD) te laten toetsen op geschiktheid voor een vorm van speciaal basisonderwijs (s.b.o). Een commissie van deskundigen (de Permanente Commissie Leerlingzorg) beoordeelt aan de hand van het leerlingdossier en het toetsresultaat de noodzaak tot plaatsing op een school voor s.b.o. In deze hele procedure kunnen de ouders in beroep gaan bij een klachtencommissie NIS, Postbus 1402, 3800 BK, Amersfoort.
Indien ouders besluiten tot consultatie van externe deskundigen, anders dan de OBD is het schoolbeleid als volgt:
- De leerling kan niet onder schooltijd deelnemen aan buitenschoolse therapie;
- Werkcontacten tussen school en externe deskundigen anders dan de OBD kunnen slechts dan plaats hebben als het past in het schema van werkzaamheden van de leerkrachten.
Remedial teacher (RT)
Indien een kind niet naar verwachting presteert kan - na toetsing - een individueel programma nodig blijken. De leerling kan dan onder schooltijd in de school buiten de groep in een deelgebied extra hulp krijgen van de RT in een één-op-één situatie. Na overleg tussen ouders, Intern Begeleider en groepsleerkracht volgt de leerling een speciaal voor haar/hem ontworpen programma. Het doel hiervan is de leerling zo spoedig mogelijk aansluiting te laten krijgen bij de groep. De RT werkt altijd tijdelijk met een leerling. Wordt het gestelde niet bereikt, dan volgt nader overleg. Door het RT-beleid zal RT nauwelijks voorkomen in groep 6, 7 en 8.
Orthotheek
De School op de Berg maakt gebruik van een orthotheek, die voortdurend in ontwikkeling is. De ontwikkeling geschiedt aan de hand van de per kind ontworpen handelingsplannen. De orthotheek wordt gebruikt voor leerlingen die voorlijk, dan wel achterlijk scoren ten opzichte van de gestelde jaarnorm. Bij de uitbouw wordt met name gelet op additionele leermiddelen, die gebruikt kunnen worden bij plaatsing op de School op de Berg vanuit het speciaal onderwijs.
De praktische toepassing van de orthotheek wordt als volgt gerealiseerd:
- inschakeling van niet-lesgebonden leerkrachten;
- inschakeling van de Intern Begeleider;
- via de Remedial Teacher;
- via intern orthopedagogisch onderzoek;
- binnen de groep tijdens groepsstructuurdoorbrekende individuele momenten.
Opvoeding tot sociaal gedrag
Het opvoeden van alle leerlingen tot sociaal vaardige en assertieve mensen is een belangrijke taak van de school. Duidelijk paralleldoel hierbij is het voorkomen van pestgedrag. Hiertoe is een plan van aanpak opgesteld dat de volgende onderdelen kent:
- Eeen leerlingprotocol: samen met de groepsleerkracht stelt iedere groep, ieder jaar opnieuw gedragsregels op die tot doel hebben te leven en te laten leven;
- Een ouderprotocol: een gedragscode voor ouders waarbij de nadruk ligt op:
- Hoe te handelen bij leerlingruzies en waarneembaar vandalisme rond de school;
- Het geven van het goede voorbeeld;
- Het voeren van overleg ouders/ouders en/of ouders/school in situaties van onvrede.
Rapportage
Tweemaal per jaar worden alle ouders uitgenodigd om met de groepsleerkracht te spreken over de wijze van handelen van hun kind. Als de ouders dit gewenst achten, zal de groepsleerkracht van de groepen 1-2-3 huisbezoek afleggen. Indien daartoe aanleiding is (gedrag, SLZ, huiselijke problemen) kunnen de ouders of de leerkracht initiatief nemen voor frequenter contact.
Leerlingen van groep 1 en 2 krijgen aan het eind van het schooljaar een rapport mee. Vanaf groep 3 ontvangen de ouders driemaal per jaar schriftelijke rapportage over hun kind. Het schriftelijk rapport doet verslag van:
- gedragingen, leertempo en interesse in het algemeen;
- expressieve vaardigheden;
- cognitieve vaardigheden;
- vaardigheden rond de computer.
Het onderwijskundig rapport is een interscholair document, waarin alle relevante informatie over de schoolloopbaan van het kind is opgenomen. Op basis van dit rapport wordt het schooladvies bepaald. Dit advies is het eerste toelatingscriterium voor de toelatingscommissie van het VO. Het is in feite het schooladvies. Dit advies wordt door ouders getekend voor gezien. Het onderwijskundig rapport is tevens van belang bij de overstap van de School op de Berg naar een andere school voor basisonderwijs.
Overstap naar het Voortgezet Onderwijs (VO)
In het laatste jaar van de School op de Berg is de overgang naar de brugklas van een school voor voortgezet onderwijs (VO) in een aantal stappen georganiseerd.
Aan het einde van het schooljaar maken de leerlingen van groep 7 de Intrede-toets van Cito . Het doel van de toets is om, aan de hand van landelijke normen, methode-onafhankelijk te bepalen hoe het prestatie-niveau is bij het begin van groep 8. Deze toets wordt afgenomen door een onafhankelijk testbureau. In het voorjaar maken de leerlingen de Cito-eindtoets. Deze test is het door de wet geëiste tweede toelatingscriterium. De test onderzoekt voor welke vorm van VO het kind het meest geschikt is, onafhankelijk van de door de School op de Berg aangelegde criteria.
- Tijdens de schoolinloopavond in september worden de ouders van groep 8 geïnformeerd over het werken van groep 8, huiswerkstructuur, ontwikkeling van de pré-puber, de werkweek, toewerken naar het VO.
- In november is er een informatie-avond op school, waarbij brugklasleiders de ouders op de hoogte brengen over de aard van vbo, mavo, havo en vwo.
- In november vindt het eerste individuele oudergesprek plaats, waarin een prognose-keus wordt gemaakt voor het VO.
- In januari/februari organiseren de scholen voor VO hun eigen informatie-avonden voor ouders van toekomstige brugklasleerlingen met hun kind.
- Tijdens het tweede individuele oudergesprek in februari ontvangen de ouders het schriftelijke schooladvies voor het VO van de school.
- Op de laatste schooldag ontvangt het kind het laatste schoolrapport.
Evaluaties
Behalve de eerder genoemde evaluatie van de Structurele Leerlingzorg, kent de school de jaarlijkse interdisciplinaire evaluatie- en raamvergadering.
In de eerste week van de laatste maand van het schooljaar komen in zitting bijeen de schooraad, de MR, het bestuur van de OV en het team van leerkrachten. Het doel van de bespreking is:
- Toetsing van de invulling van de uitgezette kaders het afgelopen jaar;
- Stroomlijning van de interdisciplinaire samenwerking;
- Uitzetten van kaders voor het volgende jaar;
- De jaarlijkse onderwijskundige toetsing door het team;
De laatste teamvergadering is een toetsing van:
- Effectuering van de SLZ;
- Nagestreefde onderwijskundige doelen;
- Het functioneren van de gehele schoolbevolking.
- De vierjaarlijkse toetsing van het Schoolplan.
Hierbij worden successievelijk alle leerdomeinen getoetst aan de kerndoelen.
Kwaliteitsbeleid en Kwaliteitsbewaking
De school bewaakt de kwaliteit van het onderwijs door de signaleringstoetsen, de evaluaties en de doelen uit het meerjarenplan. Het doel van de kwaliteitsbewaking is enerzijds het verzamelen van gegevens om daarmee vastgestelde doelen te evalueren (doen we de dingen nog goed?) en anderzijds om gegevens te verzamelen over de relatie school - omgeving en schoolresultaten (doen we nog de goede dingen).
Kwaliteitsbewaking vindt plaats op diverse niveaus:
Leerlingniveau
Waarbij de kerndoelen en schoolspecifieke doelen centraal staan. De toetsing hiervan vindt plaats middels:
- signaleringstoetsen;
- bouwbespreking (eenmaal per maand);
- teamvergaderingen;
- gesprekken met ouders van leerlingen en oud-leerlingen;
- gesprekken met brugklasleiding (de jaarlijkse bespreking van oud-leerlingen).
Leerkrachtniveau
Waarbij functiebeschrijving en takenpakket centraal staan. De toetsing hiervan vindt plaats middels:
- functioneringsgesprekken;
- bouwbespreking;
- collegiale consultatie;
- observatie door de directie.
Schoolniveau
Waarbij het schoolfunctionerend centraal staat. De toetsing hiervan vindt plaats middels:
- jaarlijkse evaluatievergadering met alle schoolgeledingen;
- vierjaarsprognose van de VBKO en OSB;
- structureel contact met Schoolraad, MR, Oudervereniging en de diverse werkgroepen.
- periodiek kwaliteitsonderzoek onderwijsinspectie
.
De school streeft ernaar problematiek rond een kind in de eerste vier à vijf jaar te diagnostiseren. De diagnostiek betreft:
- sociaal-emotioneel handelen;
- grove en fijne motoriek;
- spraak;
- cognitief handelen/presteren;
De RT heeft twee dagen per week praktijk. Naast de RT is er een mogelijkheid tot orthopedagogisch onderzoek binnen de school door een gekwalificeerde leerkracht. Dit onderzoek heeft alleen plaats na instemming van de ouders.
Groepsgrootte
Om de effectiviteit van het onderwijs in de onderbouw (groep 1 t/m 4) te bevorderen worden 1559,04 fre's ingezet. Dit leidt o.a. tot het streven naar een maximale groepsgrootte van 28 leerlingen. De beschikbare tijd van rt en ib is het dubbele van de gereserveerde tijd voor de bovenbouw.
Contact ouders en school
Gedurende een groot deel van het etmaal is uw kind op school en dus is het van belang te weten wat er gebeurt. Binnen het beleid van de School op de Berg zijn daarom de volgende mogelijkheden georganiseerd:
- Alles wat inhoudelijk op school aan de orde komt is te lezen in het Schoolplan en ligt voor belangstellenden ter inzage bij de directie.
- Buiten de jaarlijkse schoolgids wordt u van schoolse zaken op de hoogte gehouden via het wekelijks verschijnende bulletin Bergbode, dat aan het oudste kind op school van het gezin wordt meegegeven. Van alle uitgaande informatie wordt een exemplaar gehangen op de prikborden bij de deur van de kleuteringang en de tochtsluis bij de deur gymzaalzijde.
- Alle ouders krijgen gedurende het schooljaar twee keer een uitnodiging om over hun kind te komen praten; indien nodig gebeurt dit vaker. Ouders kunnen natuurlijk ook zelf initiatief tot een gesprek nemen.
- In september is er een inloopavond voor alle ouders. Tijdens deze avond wordt algemene informatie gegeven over het reilen en zeilen van de groep het komende jaar. U kunt kennis nemen van lesmethodieken en algemene vragen stellen aan de groepsleerkracht.
- In het begin van het schooljaar krijgen de ouders van de leerlingen van groep 8 de gelegenheid om ingelicht te worden over de wijze van overstap van hun kind van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.
- Via de schoolgids worden de ouders op de hoogte gebracht van de operationele gang van zaken van de school. De schoolgids wordt uitgereikt op de laatste dag van het schooljaar, bij aanvang van tussentijdse inschrijving en bij tussentijdse aanpassing van de schoolgids.
|
|
Het is vandaag dinsdag 07 september 2010
|